Functies
Leer meer over de volledige mogelijkheden van VM64, inclusief virtualisatie en emulatie, gastsystemen, graphics, delen, netwerken, USB, snapshots en automatisering.
Alle functies
De functies van VM64 zijn verdeeld in 9 categorieën. Sommige functies stellen eisen aan de chip of de systeemversie. Zie verderop op deze pagina voor details.
Virtualisatie en emulatie
VM64 heeft twee backends: QEMU en Apple. De Apple-backend draait alleen macOS en Linux. Als de virtuele machine dezelfde architectuur heeft als de Mac, gebruikt VM64 virtualisatie en is de snelheid bijna native. Andere architecturen draaien via QEMU-emulatie, die meer dan 30 soorten CPU's kan emuleren.
Gastsystemen
U kunt Windows, Linux en macOS installeren, en ook klassieke systemen zoals Mac OS 9, Windows 95 en Windows 98. Voor Windows hebt u een eigen licentie nodig.
Graphics
Virtuele QEMU-machines met Linux kunnen Vulkan 1.3 of OpenGL 4.1 gebruiken. Virtuele Windows 11-machines kunnen DirectX 11 en DirectX 12 gebruiken. Dit is een experimentele functie. DirectX 11 vereist macOS 13 of nieuwer. DirectX 12 vereist macOS 14 of nieuwer.
Delen
Kopieer en plak tekst tussen uw Mac en de virtuele machine. Deel mappen op uw Mac met de virtuele machine, zodat u bestanden rechtstreeks in de virtuele machine kunt lezen en schrijven. Als u mappen deelt met een virtuele macOS-machine, hebben zowel de Mac als de virtuele machine macOS 13 of nieuwer nodig. Als u het klembord deelt met een virtuele macOS-machine, hebben zowel de Mac als de virtuele machine macOS 15 of nieuwer nodig.
Netwerk
Virtuele QEMU-machines hebben 4 netwerkmodi: Geëmuleerd VLAN, Gedeeld netwerk, Alleen host en Overbrugd. Bij Geëmuleerd VLAN kunt u port forwarding instellen.
USB
Virtuele QEMU-machines kunnen USB-apparaten van uw Mac gebruiken. Veel apparaten kunnen geen hardwarereset voltooien en werken na het aansluiten mogelijk niet goed.
Snapshots
Snapshots van virtuele QEMU-machines slaan de schijf en de uitvoeringsstatus op. Virtuele QEMU-machines kunnen ook de wegwerpmodus gebruiken, waarbij alle wijzigingen na het uitschakelen worden verwijderd.
Automatisering
Start, stop en kloon virtuele machines met Opdrachten, AppleScript of de opdrachtregeltool. Nadat u de gasttools hebt geïnstalleerd, kunt u ook opdrachten uitvoeren in virtuele QEMU-machines. Virtuele machines kunnen op de achtergrond draaien zonder venster.
Verbinding op afstand
Maak vanaf uw iPhone of iPad verbinding met virtuele QEMU-machines op uw Mac. Bij de eerste verbinding tonen beide apparaten een vingerafdruk. Controleer of ze overeenkomen voordat u de verbinding vertrouwt.
Belangrijkste functies
Virtualisatie bij dezelfde architectuur, emulatie bij andere architecturen
Op een Mac met Apple silicon draaien ARM64-systemen via virtualisatie. Op een Intel-Mac draaien x86_64-systemen via virtualisatie. In beide gevallen is de snelheid bijna native. Andere architecturen, zoals x86, ARM32, MIPS, PowerPC en RISC-V, draaien via QEMU-emulatie. Emulatie is langzamer dan virtualisatie, vooral als u x86-systemen op Apple silicon draait.
Virtuele macOS-machines draaien op de Mac
Als uw Mac Apple silicon heeft en macOS 12 of nieuwer gebruikt, kunt u virtuele macOS-machines installeren. Als u geen IPSW-bestand kiest, downloadt VM64 automatisch een compatibele macOS-versie. Virtuele macOS-machines gebruiken de Apple-backend. Een Intel-Mac kan geen virtuele macOS-machines draaien.
Gedeeld klembord en gedeelde mappen
Tekst die u op de Mac kopieert, kunt u in de virtuele machine plakken, en omgekeerd. Mappen op uw Mac kunt u delen met de virtuele machine. Om het klembord te delen, moet u eerst de gasttools in de virtuele machine installeren. Als u het klembord deelt met een virtuele macOS-machine, hebben zowel de Mac als de virtuele machine macOS 15 of nieuwer nodig.
Systeemvereisten voor elke functie
Voor de onderstaande functies gelden eisen aan de chip of de systeemversie. Bekijk deze lijst om te zien welke functies uw Mac en virtuele machines kunnen gebruiken.
- VM64 uitvoeren
- macOS 12 of nieuwer. Werkt op een Mac met Apple silicon en op een Intel-Mac.
- Virtuele macOS-machines
- Apple silicon, macOS 12 of nieuwer. Een Intel-Mac kan geen virtuele macOS-machines draaien.
- x86_64-programma's uitvoeren in een virtuele Linux-machine met Rosetta
- Apple silicon, macOS 13 of nieuwer. De virtuele Linux-machine moet de Apple-backend gebruiken.
- DirectX 11-graphics voor Windows 11
- macOS 13 of nieuwer. Dit is een experimentele functie.
- DirectX 12-graphics voor Windows 11
- macOS 14 of nieuwer. Op Apple silicon moet u ook Rosetta installeren. Dit is een experimentele functie.
- Gedeelde mappen in virtuele macOS-machines
- Zowel de Mac als de virtuele machine heeft macOS 13 of nieuwer nodig.
- Automatische aanpassing van de resolutie in virtuele macOS-machines
- De virtuele machine heeft macOS 14 of nieuwer nodig.
- Gedeeld klembord in virtuele macOS-machines
- Zowel de Mac als de virtuele machine heeft macOS 15 of nieuwer nodig.